Orthomoleculair bloedonderzoek: welke waarden meten?
Micronutriënten, schildklier, ontsteking — met orthomoleculaire streefwaarden.

Waarom bloedonderzoek bij een orthomoleculair arts?
Een orthomoleculair arts vertrekt vanuit de biochemie. Voordat er gesuppleerd of aan voeding wordt gewerkt, wil je weten waar het lichaam staat: welke micronutriënten zijn tekort, draait de schildklier goed, is er sprake van laaggradige ontsteking, zijn er aanwijzingen voor insulineresistentie of leverbelasting? Bloedonderzoek brengt dat in beeld.
De resultaten worden niet alleen getoetst aan "normaal versus afwijkend" maar vooral aan de vraag: is deze waarde optimaal voor goed functioneren?
Wat is het verschil met regulier bloedonderzoek?
De huisarts test meestal op specifieke ziektebeelden: bloedarmoede, diabetes, schildklier bij klacht. De referentiewaarden zijn statistische gemiddelden waar 95% van de bevolking binnen valt. Maar die bevolking is voor een groot deel niet optimaal gezond, waardoor "normaal" vaak gewoon "gemiddeld matig" is.
Orthomoleculair kijk je breder (meer parameters) én strenger (optimale waarden i.p.v. alleen ziekte-drempel). Daarnaast worden ook functionele metingen ingezet, zoals de actieve B12 (holoTC) i.p.v. alleen totaal B12.
Basiswaarden
- Compleet bloedbeeld — rode en witte bloedcellen, hemoglobine, MCV.
- Glucose nuchter + HbA1c — bloedsuiker en langetermijn-glucose.
- Lipidenprofiel — totaal cholesterol, HDL, LDL, triglyceriden, apoB.
- Lever- en nierwaarden — ALT, AST, GGT, creatinine, eGFR.
Micronutriënten
- 25-OH-vitamine D — streef naar 75–125 nmol/L.
- Vitamine B12 (totaal én holoTC/actief) — actief B12 geeft het meest betrouwbare beeld.
- Foliumzuur (serum en/of RBC).
- Ferritine — ijzervoorraad; streef naar 50–150 ng/mL voor vrouwen, 80–200 voor mannen.
- Magnesium (RBC zo mogelijk).
- Zink, selenium op indicatie.
- Jodium in urine — nauwkeuriger dan in bloed.
Ontstekingsmarkers
- hs-CRP (high-sensitive CRP) — gevoelig voor laaggradige ontsteking. Streefwaarde < 1 mg/L.
- Homocysteïne — markering van B-vitamineste methylatie. Ideaal 6–8 µmol/L.
- BSE — niet-specifieke ontsteking.
Schildklier en hormonen
Reguliere labs meten vaak alleen TSH. Orthomoleculair bepaal je ook fT4, fT3, rT3 en schildklierantistoffen (TPO, Tg) om subklinische hypothyreoïdie, lage T3-syndroom en auto-immuun-schildklierziekte op te sporen.
Afhankelijk van klacht ook cortisol (dagcurve in speeksel is informatiever dan bloed), DHEA-S, geslachtshormonen en insuline nuchter.
Orthomoleculaire streefwaarden (indicatief)
- Vitamine D (25-OH): 75–125 nmol/L
- Vitamine B12 actief (holoTC): > 70 pmol/L
- Ferritine (vrouw): 50–150; (man): 80–200 ng/mL
- hs-CRP: < 1 mg/L
- Homocysteïne: 6–8 µmol/L
- TSH: 1,0–2,0 mIU/L
- fT3: bovenste derde van de range
- HbA1c: < 37 mmol/mol (< 5,5%)
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil met een regulier bloedonderzoek?
Breder pakket én strenger (optimaal i.p.v. ziekte-drempel). Functionele parameters.
Waarom andere streefwaarden?
Referentieranges zijn statistische gemiddelden; orthomoleculair streef je naar de optimale biologische waarde.
Welke waarden minimaal?
25-OH-D, actief B12, foliumzuur, ferritine, magnesium, TSH/fT4/fT3, hs-CRP, homocysteïne.
Vergoedt de zorgverzekering?
Meestal gedeeltelijk via aanvullend pakket. Check je polis vooraf.
Hoe vaak herhalen?
Bij suppletie na 8–12 weken; op niveau jaarlijks.
Conclusie
Een orthomoleculair bloedonderzoek is geen ruimer maar een ander onderzoek: gericht op optimale functie, niet op pathologie-detectie. Het is het fundament onder elk serieus behandeltraject. Lees ook ons artikel over orthomoleculaire protocollen om te zien hoe de uitslagen worden vertaald naar een persoonlijk plan.

